Wet tegenbewijsregeling box 3

Wet Tegenbewijsregeling box 3

Op 8 juli 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Tegenbewijsregeling box 3. Je krijgt nu de gelegenheid om aan te tonen dat het werkelijke rendement over het box 3-vermogen lager is geweest dan het forfaitaire rendement. Hoe zit dat allemaal in elkaar?

De tijdelijke wet Tegenbewijsregeling box 3

Eerst het begrip rendement. Rendement betekent in dit verband het daadwerkelijk behaalde resultaat op jouw vermogen in box 3, oftewel het echte bedrag dat je hebt verdiend (of verloren) op je spaargeld, beleggingen en ander vermogen in een bepaald jaar. Dit kan bestaan uit bijvoorbeeld rente, dividend, huur, pacht en waardestijgingen of -dalingen van beleggingen.

Dan deze tijdelijke wet. Deze wet markeert een belangrijke stap in de overgang van een forfaitair (= door de overheid bedachte ‘standaard’) stelsel naar een systeem waarin belasting wordt geheven op basis van het werkelijke rendement op vermogen. De regeling is bedoeld als tijdelijke oplossing tot de definitieve Wet werkelijk rendement box 3 in werking treedt. Deze is voor jou echter alleen van toepassing als je tussen 2021 en 2025 méér box 3-vermogen had/hebt dan het zogenaamde heffingsvrij vermogen:

BelastingjaarHeffingsvrij vermogenHeffingsvrij vermogen met fiscaal partner
2021€ 50.000 € 100.000
2022€ 50.650€ 101.300
2023€ 57.000€ 114.000
2024€ 57.000€ 114.000
2025€ 57.684 € 115.368

              

Achtergrond: waarom deze wet?

Sinds 2017 werd in box 3 belasting geheven op basis van een fictief (=aangenomen alsof het echt is) rendement. De Belastingdienst ging ervan uit dat spaarders en beleggers een bepaald gemiddeld rendement behaalden, ongeacht hun werkelijke inkomsten. In het zogeheten Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat dit systeem in strijd is met het EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) , omdat het leidt tot ongelijke behandeling en inbreuk maakt op het eigendomsrecht.

Daarop volgden meerdere arresten waarin de Hoge Raad stelde dat belastingplichtigen met een lager werkelijk rendement dan het forfaitaire percentage de mogelijkheid moeten krijgen om dit aan te tonen. De Wet Tegenbewijsregeling box 3 geeft hier nu wettelijk invulling aan.


Wat houdt de wet in?

De wet maakt het mogelijk om – onder voorwaarden – tegenbewijs te leveren tegen het (te hoge) forfaitaire rendement. Als je kunt aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire bedrag waarover je belasting hebt betaald, dan mag je belasting betalen over dat lagere bedrag. Deze regeling geldt:

  • voor bezwaarschriften over de jaren vanaf 2017;
  • voor openstaande aanslagen; en
  • vanaf belastingjaar 2025 ook direct in de aangifte inkomstenbelasting.

Hoe wordt het werkelijke rendement berekend?

Het werkelijke rendement bestaat uit de werkelijke inkomsten en waardeveranderingen van je vermogen in box 3. Dit omvat onder andere:

  • ontvangen rente op spaarrekeningen;
  • dividend en andere opbrengsten uit beleggingen;
  • verhuurinkomsten van onroerend goed;
  • waardestijging of -daling van beleggingen en vastgoed (gerealiseerd én ongerealiseerd);
  • kosten die direct samenhangen met het beheer van het vermogen (zoals advieskosten of onderhoudskosten bij verhuur).

NOVI TIP
Let op: het gaat om het totaalrendement, dus ook koersverliezen of waardedalingen tellen mee.


Werkelijk rendement opgeven via het OWR-formulier: hoe werkt het?

Om het werkelijk rendement op te geven, moet je het formulier Opgave Werkelijk Rendement (OWR) gebruiken. Dit formulier is digitaal beschikbaar via de Belastingdienst, maar kan ook op papier worden aangevraagd. De procedure hiervoor is als volgt:

  1. Attentiebrief. Als je bezwaar hebt gemaakt of een openstaande aanslag hebt, ontvang je een brief van de Belastingdienst met het verzoek om het OWR-formulier in te vullen.
  2. Ingevuld aanleveren. Je vult het formulier in met alle relevante gegevens over je werkelijke rendement.
  3. Beoordeling. De Belastingdienst beoordeelt of het opgegeven rendement aannemelijk is en lager ligt dan het forfaitaire rendement.
  4. Herziening. Als dat zo is, wordt je aanslag aangepast en krijg je mogelijk geld terug. Als het hoger is, blijft je aanslag zoals hij was. Je kunt er dus niet op achteruit gaan.

Vanaf belastingjaar 2025 kun je het werkelijke rendement ook direct via de digitale aangifte inkomstenbelasting opgeven. Dan is het OWR-formulier niet meer nodig.

NOVI TIP
Je moet het OVR-formulier binnen 12 weken na datum in de attentiebrief naar de Belastingdienst. Doe je dat via mij, dan is de termijn 26 weken.

Wanneer is het zinvol om het OWR-formulier in te vullen?

Het invullen van het OWR-formulier kost tijd en vereist een goede administratie. Het is dus belangrijk om vooraf te bepalen of het de moeite waard is. Hier zijn enkele praktische tips:

1. Spaargeld met lage rente? Als je vermogen vooral uit spaargeld bestaat en je in 2023–2025 nauwelijks rente hebt ontvangen (bijvoorbeeld 0,5% of minder), terwijl het forfaitaire rendement op sparen hoger lag (bijvoorbeeld 1,5% of meer), dan kan het zinvol zijn om tegenbewijs te leveren. Voor 2021 en 2022 was het forfaitaire rendement echter -0,01%, dat zal niet hoger zijn geweest dan je echte rendement. Voor 2023 was het echter 0,92% en voor 2024 1,44%. Dus alleen voor die twee jaren kan het zinvol zijn om het OWR-formulier in te vullen.

2. Beleggingen met verlies? Heb je in een bepaald jaar verlies geleden op je beleggingen (bijvoorbeeld door koersdalingen), terwijl het forfaitaire rendement op beleggingen positief was? Dan is het zeker de moeite waard om het werkelijke rendement op te geven. 2021, 2023 en 2024 waren echter goede beleggingsjaren; 2022 niet.

3. Onroerend goed met lage huuropbrengst of waardedaling? Als je vastgoed bezit dat weinig huur oplevert of in waarde is gedaald, kan het werkelijke rendement lager zijn dan het forfaitaire percentage. Let wel: je moet dan ook kosten zoals onderhoud en belastingen kunnen onderbouwen. De WOZ-waarden zijn in 2021 t/m 2024 echter alleen maar gestegen. Weinig kans dat je werkelijke rendement hier lager is geweest.

4. Combinatie van vermogensvormen? Heb je een mix van spaargeld, beleggingen en vastgoed? Dan is het verstandig om een simulatie te maken van je werkelijke rendement. Als dat duidelijk lager ligt dan het forfaitaire rendement, loont het om het formulier in te vullen. De Belastingdienst heeft hiervoor een rekentool gemaakt.

NOVI TIP
De Wet Tegenbewijsregeling box 3 biedt je de kans om rechtvaardiger belast te worden. Maar het is geen makkelijk proces. Een goede administratie en inzicht in je rendement zijn cruciaal. Ik help je graag met het beoordelen hiervan en met het invullen van het OWR-formulier.

Afbeelding van Steve Buissinne via Pixabay

NOVI Asten
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.